Psalm 10

Psalm 10

Psalm 10 : 14 Toch ziet u de pijn en het verdriet, u merkt het op en weegt het in uw hand. Op u vertrouwen weerloze mensen, de wezen, u komt hun te hulp.

In de verzen 1 t/m 13 vers klinkt één grote klacht naar God. Een klacht in pittige woorden. Sterker nog het klinkt als een aanklacht. Als ik het in mijn eigen woorden zou zeggen dan staat er: ‘God waar bent U nou, let nu even op wat de goddeloze doet en hoe hooghartig die is. Help! Ik kan de vijand niet aan en hij verslindt mij’.
En dan lijkt het ineens of de schrijver van de Psalm zo’n lampje boven zijn hoofd krijgt, zoals in een stripverhaal. Maar het is wel een lampje die langzaam aan gaat zoals bij een lamp met een dimmer erop. Heel langzaam gaat het licht feller branden als je aan de lichtknop draait.
In de Psalm zie je vanaf vers 14 iemand die heel langzaam een overwinningshouding aanneemt. Iemand die zich realiseert dat hij in zijn klacht blind is geweest voor de kracht van God. De schellen vallen van de ogen de persoon gaat steeds meer zijn rug rechten. Er komt kracht in de weerloze mens. De kracht van God word zichtbaar in de mens. Het felle licht maakt zichtbaar dat God wacht op jou totdat je klaar bent met je klacht. Het felle licht helpt je om je uit te strekken in de juiste richting. Je hebt God gevonden die klaar staat om je stevig op je benen te zetten en je Zijn kracht en wijsheid te geven.
Dat is wat ik ieder wens die zich weerloos voelt.
Kijk voorbij de klacht en het gevaar, kijk over je zwakte heen. Daar is je God die jou precies zoveel kracht geeft die nodig is om de vijand die je ervaart te verslaan. Dan wordt je klacht omgezet in kracht.